Reis verslag 2026
In dit reisverslag nemen we je mee door onze eerste vier maanden van 2026. Van winterse sneeuw in Nederland tot zon, wind en vrijheid in Spanje. Een reis vol ontmoetingen, onverwachte wendingen, prachtige plekken en momenten die ons plakbandpensioen zo bijzonder maken.
Januari — De start van onze reis
We beginnen het jaar in Nagele, waar we letterlijk hebben overwinterd. De sneeuw hield ons een week “gevangen”, maar op 12 januari was het zover:
“Dat is hem dan. De start van onze reis naar Campeggio Naturiste Insieme in Rufina, Italië.”
Via Biest‑Houtakker en Kessel bereiden we ons voor op de lange rit naar Italië. De drone wordt getest, de was gedaan, de route besproken.
We reizen via Luxemburg, Langres, Orange en Villeneuve‑Loubet, waar we nog even uitwaaien aan het strand.
In Coreglia Ligure staan we een nachtje alleen op een stille camperplaats, waarna we doorrijden naar onze bestemming in Italië.

Eind januari — Aankomst in Italië
De aankomst in Rufina is prachtig, maar het weer slaat snel om:
“Daarna regen, regen, regen… alles om ons heen is een grote modderpoel.”
De camping is nog in aanbouw, de plek wordt ter plekke geëgaliseerd en we zakken langzaam weg in de modder.
We helpen een paar dagen in de wijngaard, maar stoppen wanneer het te nat en te zwaar wordt.
We kunnen zelfs niet weg — de camper staat muurvast.
We hopen op half februari.

Februari — Nieuwe plannen, nieuwe route
Op 1 februari vertrekken we richting Cremona, waar we onverwacht een Serie‑A‑wedstrijd meemaken.
Daarna via Casal Cermelli naar Sospel, met smalle tunnels en haarspeldbochten:
“Onze camper had vanaf de zijspiegel tot aan de muur 5–10 cm speling.”
We zakken langzaam af richting Zuid‑Frankrijk: Le Thoronet, Vallabrègues, Mèze — steeds regen bij vertrek, zon bij aankomst.
Op 8 februari steken we de grens over naar Spanje.
We blijven langer in Vilobí d’Onyar, rusten uit, maken vlogs en genieten van het betere weer.
De wind speelt een hoofdrol: in Cap de Salou waaien we bijna uit bed, met windstoten tot 80–90 km/u.
Daarna komen we aan in Cervera del Maestre, een plek die voelt als thuiskomen.
We blijven er uiteindelijk bijna twee weken, genieten van zon, rust, dronebeelden en de gastvrijheid van Eva en Hector.

Eind februari — Ontmoetingen onderweg
We reizen verder naar Bellús, waar we volgers ontmoeten en gezellige dagen hebben met Cinne en John.
Onderweg naar Almendricos drinken we koffie bij Yolande en Gé, en eindigen bij Casa Los Lobos, waar Mimi onze haren weer in model knipt.
Maart — Regen, griep en toch genieten
Op 2 maart komen we aan op El Zorro, waar het dagenlang regent.
We vieren verjaardagen, dansen, en vullen belastingpapieren in terwijl de regen op het dak tikt.
We worden allebei ziek — waarschijnlijk griep — en vertrekken zodra het weer kan naar Casa Rocky, waar we op het huis en de katten passen.
Daarna zakken we verder af naar Vera, Níjar, Dalías en Almayate.
We bezoeken stranden, stadjes, naturistencampings, en genieten van de zon zodra die zich laat zien.

Eind maart — Richting Córdoba
Via Navas del Selpillar rijden we naar Córdoba, waar we de Mezquita bezoeken:
“De stad is zeker het bezoeken waard… heel indrukwekkend.”
We blijven twee nachten en genieten van de stad, de cultuur en een heerlijke lunch.

April — Spanje op z’n mooist
We rijden door naar Sabiote, Albacete en opnieuw Bellús, waar we vier nachten heerlijk niets doen.
Daarna naar Aspe, Xeraco en Useras, waar we op een boerencamping staan die net open is.
We sluiten de maand af in Cervera del Maestre (weer terug bij Hector en Eva), Salou, Vilobí d’Onyar, en steken dan de grens over naar Frankrijk.
Eind april — Frankrijk in, richting huis
We bezoeken Thuir, waar we het BYRRH‑museum ontdekken, en rijden daarna één van de mooiste routes ooit:
“Van Thuir naar Limoux… het aller, aller mooiste stukje tot nu toe.”
In Limoux drinken we voortreffelijke wijn en genieten we van de rust van Zuid‑Frankrijk.

Mei — Castres, Salles‑Curan en Saint‑Flour
We beginnen de maand in Castres, waar we een laatste dag zon hebben voordat het weer omslaat. Daarna rijden we naar Salles‑Curan, een rustige plek aan een groot meer waar ik bijna het dronesignaal verlies. In Saint‑Flour wandelen we door steegjes en oude straatjes, drinken cappuccino en genieten van het uitzicht. Het zijn korte, eenvoudige dagen onderweg richting het noorden.
Eind mei — Vichy, Givry, Langres en terug naar Nederland
In Vichy worden we verrast door onweer, hagel en bliksem, terwijl ik de stad alleen bezoek. Via Givry rijden we door naar Langres, waar we langs de stadswallen wandelen en een gezellige middag hebben met Wies en Roel. Daarna via Toul en Luxemburg richting huis. In Kessel sluiten we de maand af, klaar voor onderhoud, afspraken en een periode van rust in Nederland.

Het gaat ons goed
Vijf maanden onderweg. Van modder in Italië tot wijn in Frankrijk.
Van stormnachten tot stille boerderijen. Van volgers ontmoeten tot vrienden terugzien.
En steeds weer hetzelfde gevoel:
Het gaat ons goed.